Voor veel mensen die Nederlands leren is het verschil tussen niet en geen lastig. Toch is de regel eigenlijk vrij logisch. In deze blog leggen we het stap voor stap uit, met duidelijke voorbeelden.
Wanneer gebruik je geen?
Geen gebruik je bij een substantief zonder lidwoord (of met een). Substantieven met een noemen we ook wel indefiniet, omdat je niet weet wie of wat precies.
👉 Denk aan: een ding, iemand, iets
Voorbeelden:
-
Ik heb geen tijd.
-
Zij heeft geen auto.
-
We drinken geen koffie.
-
Er is geen probleem.
Je kunt geen zien als: niet + een
Bijvoorbeeld:
-
Ik heb geen pen → Ik heb niet een pen (maar dat zeggen we niet zo).
Wanneer gebruik je niet?
Niet gebruik je bij:
-
Werkwoorden
-
Adjectieven
-
Adverbia
-
Vaste uitdrukkingen
-
Substantieven met de / het / mijn / deze / die, enz.
Voorbeelden:
-
Ik werk niet vandaag.
-
Het huis is niet groot.
-
Hij komt niet morgen.
-
Ik begrijp het niet.
-
Dat is niet de juiste oplossing.
Samenvatting
✔ Gebruik geen bij zelfstandige naamwoorden zonder lidwoord
✔ Gebruik niet in alle andere gevallen
✔ Let goed op: een / geen vs. de / het / niet
Succes met oefenen!